Enerverende tekenkunst

Inleidend essay van Wim van der Beek bij de duo-presentatie van Jitske Bakker & Cathelijn van Goor.

 

Tekenen is bij uitstek een medium voor kunstenaars die een onbekende wereld willen betreden.

Jitske Bakker en Cathelijn van Goor behoren tot de categorie avontuurlijke terreinverkenners die een nieuwe werkelijkheid scheppen die nog niet bestond voordat zij die op papier vastlegden. Het ontsluiten van een domein dat talloze onzekerheden herbergt, vereist een onorthodoxe instelling en een ontvankelijke geest. Elke fervente beoefenaar van tekenkunst zal onderschrijven dat tekenen een elementaire bezigheid is waarbij alles draait om onvoorwaardelijke overgave aan een proces waarvan de uitkomst nooit op voorhand vaststaat.

Procesmatig denken en werken zijn onlosmakelijk verbonden met de manier waarop Jitske Bakker en Cathelijn van Goor de tekenkunst tegemoet treden. Voor beiden is de artistieke discipline een middel om een eigen plaats binnen het universum te bepalen, te veroveren en in te nemen alsmede een instrument dat helpt om de wereld beter te begrijpen. De gedeelde opvatting over nut en noodzaak van tekenkunst vormt de basis van een duo-tentoonstelling in Galerie Getekend die zichtbaar maakt dat een tekening veel meer is dan het kleine broertje van het schilderij of een vingeroefening voor het grote werk.

In zijn lijvige standaardwerk ‘History of Modern Art’ verdeelt de Amerikaanse kunsthistoricus H. H. Arnason de moderne kunst in vier toonaangevende deelgebieden: schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur en fotografie. Meer dan elfhonderd afbeeldingen illustreren de geschiedenis van de moderne kunst. Wie op zoek gaat naar tekenkunst, blijft steken bij een tekening van beeldhouwer Auguste Rodin (uit de collectie van het Moma in New York) en een krijttekening van Cy Twombly uit 1969 (Whitney Museum, New York). De onderwaardering van de tekenkunst wordt hiermee schrijnend onderstreept, zeker als in ogenschouw genomen wordt dat de wetenschappelijk verantwoorde inventarisatie een periode van ruim 150 jaar omvat (1837 – 1990). Inmiddels is wel duidelijk geworden dat Arnason de vitaliteit en betekenis van tekenkunst ernstig heeft onderschat.

 

Publiekslieveling

De status van tekenkunst als autonome beeldende kunstvorm is boven alle twijfel verheven, maar die opwaardering kreeg pas enkele decennia geleden vaste voet aan de grond. Een internationaal legertje van fanatieke tekenaars heeft zich de afgelopen 30 jaar met passie, toewijding en geestdrift gestort op het actualiseren en populariseren van een kunstvorm die onnodig lang een ondergeschoven positie kreeg toebedeeld. Er is definitief afgerekend met het vermeende gebrek aan onderscheidend vermogen van de tekendiscipline.

Imagoproblemen zijn er om onderuit gehaald te worden. Dat is precies wat Jitske Bakker en Cathelijn van Goor doen. Hoewel de huidige tekenhype alle symptomen vertoont van een inhaalslag, mag niet vergeten worden dat er ook in de ‘dal-periode’ visionaire voorvechters rondliepen die de tekenkunst koesterden en naar een hoger en actueler niveau tilden. Het stiefkindje van weleer is door hun inspanningen uitgegroeid tot onvervalste publiekslieveling. Hoewel ze nooit met dédain werd behandeld en nooit werd doodverklaard (wat de schilderkunst wel overkwam!), leed tekenkunst langdurig en in stilte onder de grotere populariteit van andere artistieke disciplines. Het misverstand was hardnekkig: tekeningen waren vooral voor fijnproevers, niet voor het grote publiek. De afgelopen jaren is dit vooroordeel getackeld. Tekenkunst is hot.

Voor het jarenlange tobben dat aan de huidige hype voorafging, zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Tekenkunst lijkt arbeidsintensiever en minder toegankelijk dan schilderkunst. Met brede kwastgebaren en felle kleuren is de toeschouwer makkelijker en sneller te imponeren dan met fragiele lijnen. Schilderkunst leent zich ogenschijnlijk beter voor het bereiken van overdonderende resultaten. Bij nader inzien blijkt de veronderstelde tegenstelling tussen het subtiele gebaar van de tekenaar en de rake klappen die de schilder uitdeelt, op een verkeerde inschatting te berusten. In actuele tekenkunst manifesteert zich soms bijna schokkend de neiging om de kijker genadeloos te vloeren of te imponeren met grootse gebaren of geraffineerde verleiding, zoals Jitske Bakker en Cathelijn van Goor dat doen. Soms is het credo ‘hoe groter hoe beter’, maar ook kleine formaten kunnen via de sluiproute van de intimiteit hun doel bereiken.

 

Horror vacui

In relatie tot de tekeningen van Jitske Bakker en Cathelijn van Goor dringt zich nog een gemeenschappelijke factor van belang op. Het gaat hier om het fenomeen horror vacui: beiden vullen het beeldvlak tot in de kleinste hoeken. Die verbindende factor levert een enerverende, coherente en consistente dubbelexpositie op. Maar naast opmerkelijke overeenkomsten in tekentrant en stijl en in de voorkeur voor landschappelijke vertrekpunten, manifesteren zich minstens evidente verschillen in het werk van beide tekenvirtuozen. Zo verrast Jitske Bakker met tekeningen die bijna letterlijk openspringen als een bloemknop: vol visueel geweld en toch geruisloos, als doodstil vuurwerk. Het onderscheidend vermogen van Cathelijn van Goor heeft daarentegen alles te maken met haar ultieme pogingen om de complexe werkelijkheid te onderzoeken en te doorgronden en om concrete gewaarwordingen, waarnemingen en aannames te vangen in intrigerende structuren waarin manifestaties van adembenemende natuur zich mengen met het visualiseren van technologische verschijnselen.

De gedetailleerd weergegeven denkbeeldige landschappen van Jitske Bakker, die met houtskool op papier zijn vastgelegd, reflecteren de essentie van tekenkunst. Ze combineren een verfijnd handschrift met een raadselachtig en bij vlagen ongerijmd abstractieniveau. Bijna terloops herdefinieert zij het antwoord op de vraag wat een tekening tot tekening maakt. Ze gaat daarin nog een stap verder in kreukellandschappen en kleine reliëfs, waarin de tekeningen zodanig zijn bewerkt dat er een metamorfose naar driedimensionale objecten is ontstaan. Dat objectkarakter wordt bewerkstelligd door gekreukt, gevouwen of verfrommeld papier als autonome voorwerpen te presenteren. En passant benadrukken de kreukellandschappen en reliëfs ook dat de enge definitie van het begrip ‘tekenkunst’ haar geldigheid heeft verloren.

Grensverleggende kruisbestuivingen zijn aan de tekenkunst van Jitske Bakker niet ongemerkt voorbijgegaan. Haar wonderlijke reliëfwerken herinneren evenals de ‘gewone’ tekeningen aan de bergwandelingen die zij graag en veel maakte. De papieren reliëfs zijn geïntegreerd in een installatie-achtige compilatie van tekeningen aan de muur. Ze zijn ook verpakt in een doos alsof het om kostbare lekkernijen of sieraden gaat of om waardevolle verzamelingen. De behoefte om dingen mee te nemen, te bewaren, te hergebruiken, in doosjes te stoppen of in een nieuwe context te plaatsen sluit naadloos aan bij het verlangen naar betovering, naar nieuwe ontdekkingen en naar het exploreren, exploiteren en ontsluiten van een imaginaire wereld.

Door haar verrassende presentatievormen transformeert Jitske Bakker Galerie Getekend tot een Wunderkammer of een rariteitenkabinet met wonderlijke voorwerpen. Wie dat wil, kan er een verwijzing in zien naar de half-verduisterde kabinetten in oudheidkundige musea waar met alle middelen wordt voorkomen dat zorgvuldig geconserveerde tekeningen aan vernietigend daglicht worden blootgesteld. Verzamelaars van actuele tekenkunst maken zich niet meer zo druk over de houdbaarheid van werken op papier (zoals die van Jitske Bakker), die vaak zelfs met een paar punaises aan de muur geprikt zijn, omdat lijst en glas de optimale beleving van het beeld belemmeren.

 

Laboratorium van de geest

Ook Cathelijn van Goor onderstreept dat recente tekenkunst er ongekende nieuwe dimensies bij heeft gekregen die het noodzakelijk maken om de artistieke discipline opnieuw te definiëren. Zij is geïnteresseerd in de snelheid waarmee de wereld om ons heen verandert en ze verkent in haar tekeningen zowel technologische transformatieprocessen als ongerijmde digitale metamorfoses. Niet wat wij wéten maar wat wij níet weten is voor haar interessant. Elke tekening fungeert als een registratie van ongrijpbare of ondoorgrondelijke processen en wordt daardoor onderdeel van een complex stelsel dat zich het beste laat omschrijven als het laboratorium van de geest. Zowel natuurlijke als technologische processen maken deel uit van dit complexe stelsel van waarnemingen en gewaarwordingen. De tekeningen van Cathelijn van Goor manifesteren zich als een moodboard. In onderlinge samenhang visualiseren ze haar reacties op de vraag of technologische ontwikkelingen daadwerkelijk de beoogde vooruitgang opleveren. 

In haar tekeningen verbindt Cathelijn van Goor uitersten. Dat leidt tot ambivalentie en desoriëntatie. Maar ondanks alle fricties die opdoemen in het domein van de onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid, is er ook veel ruimte voor schoonheidsbeleving. De grillige landschappen zijn beangstigend en aantrekkelijk tegelijk. Ze zijn vooral fascinerend omdat ze geen enkel houvast bieden over concrete plekken. Daardoor veroorzaken ze zowel een kloof met de werkelijkheid als een verlangen naar het onbekende.

Die discrepantie levert een aanzuigende werking op, maar ook verwarring. De krochten van de ziel en de spelonken van de geest worden verkend en in kaart gebracht. De toeschouwer wordt meegenomen naar een triggerzone die zijn gelijke niet kent. De tekeningen lopen op enerverende wijze uit de rails. Ze nemen ons mee naar een schemerzone waar niets is wat het oppervlakkig gezien lijkt te zijn. Betoverende lichteffecten die refereren aan de klassieke principes van het clair-obscur in teken- en schilderkunst mengen zich met de ervaring van fata morgana’s die de werkelijkheid letterlijk in een ander daglicht plaatsen. 

Evenals Jitske Bakker verleidt ook Cathelijn van Goor ons tot onorthodoxe observaties. De autonome status van de tekendiscipline is in beider werk zichtbaarder dan ooit en boven alle twijfel verheven. Beiden rekenen definitief af met het vooroordeel dat het subtiele handschrift van de tekenaar de kijker in slaapt sust. Het tegendeel is waar. Wij worden aangespoord om alert te zijn en ons geconditioneerde kijkgedrag te laten varen, want alleen dan kunnen we ons verrijken met nieuwe ideeën en inzichten. Zó bepalen Jitske Bakker en Cathelijn van Goor ons bij de essentie, de rol, de betekenis en de oorsprong van tekenkunst.

Wim van der Beek

schrijver/kunstrecensent/

onafhankelijk curator hedendaagse kunst

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email